vrijdag 6 juni 2008

vrijdag 6 juni

Gisteren, precies één week na de chemo voelt mama zich beter. De vermoeidheid die de chemo met zich brengt is nu wel heel lang blijven hangen. Maar het zou normaal zijn. Het volgende las ik in een brochure over vermoeidheid bij kanker:

"Chemotherapie

Een mogelijke oorzaak van vermoeidheid bij kanker is de chemotherapie. 50 tot 90% van de mensen die chemo krijgen, heeft last van vermoeidheid, door de chemotherapie zelf of door de bijwerkingen die het veroorzaakt. Soms is het zo ernstig dat de therapie wordt gestopt. De vermoeidheid ten gevolge van chemotherapie is gewoonlijk het sterkst rond de tiende dag van de kuur, daarna verminderen de symptomen tot de volgende kuur begint. Dit verschijnsel kan overeenkomen met een tijdelijke vermindering van de witte bloedcellen. De vermoeidheid neemt geleidelijk toe bij iedere kuur. De patronen variëren volgens de aard van de ziekte, de duur en de sterkte van de therapie en het behandelingsschema."

Dat de vermoeidheid toeneemt bij iedere kuur kunnen we zelf vaststellen. Het maakt het er echt niet gemakkelijker op. Volgende donderdag volgt al de volgende kuur. Vermoed dat we geen andere keuze hebben dan dit te ondergaan en dan vooral mama, er is geen enkel alternatief. Ook al zijn de berichten uit de hoek van het kankeronderzoek veelbelovend.

Er wordt blijkbaar al jaren onderzoek gedaan naar antiangiogenese geneesmiddelen. Tumoren groeien veel sneller dan normaal weefsel en hebben dus een grotere behoefte aan voedingsstoffen. Daarom gaan tumorcellen op een bepaald ogenblik groeifactoren aanmaken. Deze groeifactoren stimuleren de vorming van bloedvaten (angiogenesis) die de tumorcellen bevoorraden. Op deze manier wordt zelfs het binnenste van de tumor van voedingsstoffen voorzien. Antiangiogenese geneesmiddelen schakelen de belangrijkste angiogene groeifactor uit. Helaas induceert deze behandeling neveneffecten en gaat de kanker ter compensatie andere groeifactoren aanmaken, zodat het effect van het geneesmiddel verloren gaat. Er is dus dringend nood aan nieuwe anti-angiogenese behandelingen.

ThromboGenics bestudeert in samenwerking met de KUL al jaren een nieuwe angiogene groeifactor, de placentale groeifactor of PIGF. Blijkbaar stimuleert PIGF alleen bloedvatvorming bij kanker en andere ziekten, maar niet bij een foetus, jonge kinderen of zwangere vrouwen.

Anti-PIGF verhoogt niet alleen de efficiëntie van chemotherapie en de huidige anti-angiogenese therapie, maar het inhibeert ook de groei en uitzaaiingen van tumoren die ongevoelig zijn voor bestaande geneesmiddelen. In tegenstelling tot de huidige geneesmiddelen, induceert anti-PIGF geen "reddingsoperatie" waarbij andere groeifactoren ter compensatie worden aangemaakt. Belangrijk is verder dat anti-PIGF ook helemaal geen neveneffecten induceert. Deze belangrijke vinding werd gepubliceerd in één van de meest vooraanstaande vakbladen: CELL.

ThromboGenics is in samenwerking met een bedrijf in Denemarken een eerste klinische test begonnen eind 2007.
(bron: VIB)

Er bestaan ook reeds lang angiostatines en endostatines, geneesmiddelen die de groei van bloedvaten tegengaat. Vreemd genoeg is één daarvan Softenon. Softenon kwam in diskrediet toen gebruik door zwangere vrouwen bij de vrucht aangeboren afwijkingen aan de extremiteiten veroorzaakte, hetgeen te wijten bleek aan de antiangiogenetische werking. Ook zou reeds lang blijken dat niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's, waaronder acetylsalicylzuur) angiogeneseremmend te werken.

Voel dat ik na het lezen van (veel meer dan hier weergegegeven) deze informatie enorm nood heb aan een lang gesprek met mama's oncoloog. Hierover hoor je niemand praten. Dat er zulke medicatie bestaat, wordt ook niet/nooit gezegd.

Kan alleen maar hopen dat de huidige oncologen, in welk ziekenhuis ook, over deze informatie beschikken. Kan mij eigenlijk niet voorstellen dat dat niet het geval zou zijn. En toch ...

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

Links naar dit bericht:

Een link maken

<< Homepage